kamerkoor QUOD LIBET
programma
Programa concert 20 maart 2010
GRIEF & GLORY
Hoewel het Grief & Glory wordt uitgevoerd in de lijdenstijd
staat in dit programma niet het lijden van Christus
centraal, maar is gekozen voor composities die voornamelijk
gebaseerd zijn op teksten uit het oude testament.
De gekozen werken zijn bekende en minder bekende
composities uit het geestelijk repertoire voor koor a
capella. In het deel vóór het orgel intermezzo ligt het
accent op het verdriet, Grief, na het intermezzo op de
vreugde, Glory.
De Lamentationes of Jeremiah (1946) werden door de
Argentijnse componist Ginastera geschreven toen hij enige
tijd in de Verenigde Staten verbleef en studeerde bij Aron
Copland, die een grote invloed op hem heeft gehad.
When David heard that Absalom was slain is een klassiek
anthem uit het repertoire van de Anglicaanse kerk. Het
vertelt over het grote verdriet van David, toen hij hoorde
dat zijn geliefde zoon Absalom was omgekomen.
Het motet Tristis est anima mea werd geschreven door
Kuhnau, de voorganger van Johann Sebastian Bach als
cantor van de Thomaskirche in Leipzig. Het is bekend dat
Bach veel bewondering voor hem had en veel van zijn
werken heeft uitgevoerd.
Het motet Warum ist das Licht gegeben (1877) werd door
Brahms opgedragen aan Philip Spitta, biograaf van J.S.
Bach en uitgever van de complete werken van Heinrich
Schütz. Dat is geen toeval, de vocale werken van Brahms
zijn sterk beïnvloed door deze vroegere Duitse
componisten.
Als intermezzo klinkt op het grote orgel van de
Kloosterkerk
Adoration (1968) van de Franse componist Jean
Langlais.
Aanleiding voor de Song for Athene (1993) was de dood van
Athene Hariades, actrice en vriendin van de familie
Tavener, die werd gedood bij een verkeersongeluk. Tavener
zei over haar: "Her beauty, both outward and inner, was
reflected in her love of acting, poetry, music and of the
Orthodox Church“. Om haar te gedenken schreef hij deze
song, waarin hij een tekst uit Hamlet combineerde met
teksten uit de orthodoxe begrafenisdienst.
Sing Joyfully (1590), een zesstemmig anthem, was al
tijdens het leven van Byrd zeer populair, getuige het feit
dat er meer dan honderd drukken en kopieën van manuscripten
van bekend zijn.
Het motet Ich freue mich im Herren komt uit de “Israelsbrünnlein“,
een belangrijke verzameling religieuze
koorwerken die Schein in 1623 publiceerde. In het
voorwoord verwijst Schein naar de Italiaanse stijl en zegt
dat de stukken zijn geschreven “op de manier van een
madrigaal”.
Het motet Fürchte dich nicht werd geschreven door Johann
Christoph Bach, een oudere neef van Johann Sebastian en
organist in Eisenach. Hij was ook de oom van Maria
Barbara Bach, de eerste vrouw van Johann Sebastian.
Het Abendlied is een prachtig koorwerk en één van de
weinige composities van Rheinberger, die nog regelmatig
worden uitgevoerd.
Het sluitstuk van de avond zijn de indrukwekkende Laudi,
die de Zweedse componist Lidholm in 1947 schreef. Vocale
polyfonie wordt gecombineerd met moderne harmonieën.
